Fotografietips

noorderlicht lapland

Noorderlicht fotograferen

Het noorderlicht is een van de meest indrukwekkende natuurverschijnselen ter wereld. U gaat op reis naar het Poolcirkelgebied en het kan niet anders of u wilt dit wonderlijke licht dolgraag zien. En als het even kan ook op de foto zetten natuurlijk!

Als u onze gratis NoorderlichtApp nog niet heeft gedownload, doe dit dan meteen want dan wordt u door onze noorderlichtexpert voor en tijdens uw reis op de hoogte gehouden over de kansen op noorderlicht.

Op www.noorderlicht.nl vindt u alles over het noorderlicht, ook informatie over uw camera instellingen. Speciaal voor onze reizigers hebben wij nog een aantal aanvullende fotografietips.

Focus-waarde

In de meeste gevallen is het aan te raden om de focus manueel op oneindig in te stellen.
Op die manier krijgt u de scherpste foto's van de noorderlichthemel en zullen sterren ook mooi als puntjes op de foto verschijnen. Wanneer de focus niet op oneindig staat, zullen sterren niet als puntjes maar in het slechtste geval als dikke dots op de foto verschijnen. Dit geeft absoluut een teleurstellend resultaat en is een veel voorkomende fout die gemaakt wordt, meestal door alle opwinding die ontstaat. Kijk daarom geregeld op het scherm van uw camera naar het resultaat en zoom eens in op de foto's. Zien de sterren er werkelijk als fijne puntjes uit? Eventuele blunders kunnen op die manier tijdig worden opgemerkt en niet pas na een hele reeks foto's of erger nog: als u de foto's achteraf op de computer gaat bekijken.
Wanneer uw toestel weigert een foto te maken, komt dat meestal ook omdat de focus nog op automatisch staat.

Voorbeeld:
Focus op oneindig: De sterren vormen kleine puntjes

Focus niet helemaal op oneindig: De sterren vormen dikkere punten.

Wanneer u zelf graag goed herkenbaar in beeld wil staan of iemand anders op de foto wil zetten, dan zal de focus-waarde uiteraard wel moeten worden aangepast, of (beter nog) de diafragma-waarde verhoogd worden. Dat laatste kan echter alleen als de camera genoeg lichtgevoeligheid heeft... of als het noorderlicht voldoende intens is.

Diafragma-waarde (aperture)

Het diafragma is de opening in de lens waar het licht doorheen valt. Hoe lager de diafragma-waarde, hoe meer licht er op de sensor zal vallen. Hoe meer licht er op de sensor valt, hoe minder lang de sensor belicht moet worden voor hetzelfde resultaat bij een gegeven ISO-instelling (lichtgevoeligheid). Het resultaat bij beweeglijk noorderlicht zal uiteraard nooit hetzelfde zijn, of u nu een belichting kiest van 0.5 of 5 seconden, want ondertussen verandert het noorderlicht steeds van vorm, locatie en intensiteit.

Bij stabiel noorderlicht, waarbij de sluitertijd dus minder belangrijk is, kan een lage diafragma-waarde er weer voor zorgen dat de ISO-waarde lager kan worden ingesteld. Heel wat digitale camera's introduceren namelijk flink wat ruis op de foto bij hogere ISO-waarden.

Een zo laag mogelijke diafragma-waarde is het beste bij noorderlichtfotografie. Het enige probleem bij een lage diafragma-waarde is dat u scherptediepte verliest. Wanneer u uzelf, vrienden of voorwerpen op de voorgrond scherp in beeld wil krijgen, is een hogere diafragma-waarde te adviseren als u ook de verdere achtergrond (het noorderlicht) scherp in beeld wil hebben. U kunt natuurlijk ook enkel met de focus gaan schuiven maar dan zullen de sterren niet meer scherp zijn.

Welk diafragma u uiteindelijk kunt bereiken, wordt grotendeels bepaald door de lens. Vanaf diafragma f2.8 wordt er gesproken over een lichtsterke lens, dit zijn vaak de duurdere lenzen in het assortiment.  

Er bestaat een standaard schaal om de grootte van de diafragma opening aan te duiden:
1.0    1.4    2.0    2.8    4.0    8.0    11.0    16.0    22.0

De kleinste waarde correspondeert dus met de grootste opening.

ISO-waarde

De technologie staat niet stil en vooral op gebied van ISO en bijhorende ruisgevoeligheid is er de laatste jaren veel vooruitgang geboekt. Daar waar de meeste camera's vijf jaar geleden instelbare ISO-waardes tot maximaal 1.600 a 6.400 hadden, bestaan er tegenwoordig ook toestellen die instelbaar zijn tot bijvoorbeeld ISO 406.000. Dit soort waardes biedt ontzettend veel flexibiliteit voor nachtfotografie en maakt het zelfs mogelijk om foto's los uit de hand te maken, zonder de hulp van een statief. U zou zelfs filmopnames van het noorderlicht kunnen maken! Deze camera's zijn vooralsnog schaars en ook duur.

Selecteer steeds een ISO-waarde met een aanvaardbare beeldkwaliteit. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe korreliger het beeld wordt. Het hangt van het toestel af tot welke ISO-waarde de beeldkwaliteit aanvaardbaar blijft. Het is echter altijd zo dat de hoogste ISO-waardes die uw toestel kan programmeren sowieso tot korrelige foto's met weinig details zullen leiden. Wanneer de maximale waarde bijvoorbeeld 6.400 is, dan is het af te raden om hoger dan 640 tot 800 in te stellen. Bij 1600, 3.200 zult u snel veel teveel ruis op de foto toegevoegd krijgen. Wanneer de hoogste instelbare waarde bijvoorbeeld 406.000 bedraagt, dan is 32.000 tot 40.000 de aanbevolen maximale waarde voor een degelijke foto.
Maak vooraf vast een aantal testfoto's om te beoordelen welke ISO-instelling nog tot een aanvaardbaar resultaat leidt.

Een verdubbeling van de ISO-waarde betekent dat er nog half zoveel licht op de sensor moet vallen voor hetzelfde resultaat.
Hoe hoger de instelbare ISO-waarde, hoe meer flexibiliteit u dus ook heeft om te werken met scherptediepte.

Hierbij twee foto's die zijn gemaakt met een sluitertijd van 0.62 seconden en ISO waardes van respectievelijk 1600 en 5000. Let ook op het aantal sterren dat zichtbaar wordt in de foto.

Door de ISO-waarde sterk op te krikken, kan zwak noorderlicht dat met het blote oog niet of nauwelijks zichtbaar is, toch op de foto verschijnen zonder dat u al te lange sluitertijden moet gebruiken. Hierbij een foto van ISO10.000 met 2 seconden sluitertijd, waarbij het aantal sterren dus de hoge ISO-waarde verraadt.

Wanneer het noorderlicht ineens intenser wordt waardoor uw camera-instellingen een overbelicht beeld veroorzaken, verlaag dan vooral de sluitertijd en minder snel de ISO-waarde. Op die manier kunt u meer foto's maken en zien de foto's er meer als momentopnames uit.


Overbelichte opname door het plots intenser worden van het noorderlicht. Foto: Ruben Weytjens

Sluitertijd-instelling

Aangezien het noorderlicht snel van vorm en plaats kan veranderen is het in elk geval aan te raden om de kortst mogelijke sluitertijd in te stellen waarbij het resultaat bevredigend is in combinatie met de beschikbare ISO-waarde en diafragma-waarde.

Door een korte sluitertijd te nemen zullen noorderlichtpilaartjes zoals op onderstaande foto mooi worden weergegeven. Deze pilaartjes bewegen immers snel van links naar rechts of van rechts naar links waardoor u bij een langere sluitertijd één vlakke band op de foto krijgt.

Het effect van opnames bij beweeglijk noorderlicht met een kortere ten opzichte van een langere sluitertijd, zien we op deze foto's:

Het effect van het opkrikken van de sluitertijd bij minder intens noorderlicht zien we op de volgende foto's, alle gemaakt met een ISO-waarde van 8.000:

Sluitertijd 0.33 sec

Sluitertijd 0.67 sec

Sluitertijd 1 sec

Witbalans-instelling

Met witbalans gaan we de kleuren in de foto corrigeren voor de verschillende lichtomstandigheden. Afhankelijk van de hoeveelheid omgevingslicht kan de kleur van een object en ook het noorderlicht anders worden weergegeven op de foto.
Wanneer we met het blote oog naar een object onder verschillende belichtingsomstandigheden kijken, dan hebben we de perceptie dat het object dezelfde kleur heeft onder al deze omstandigheden. Een appel ziet er bijvoorbeeld even rood uit aan de boom, op de fruitschaal of tijdens het eten ervan: ondanks de verschillende lichtomstandigheden. Ons menselijk brein is namelijk zo sterk dat het voortdurend direct de kleuren van het object aanpast aan wat ons geheugen denkt dat het moet zijn. Met een digitale fotosensor is dat uiteraard niet het geval en zullen de kleuren van de appel er onder verschillende omstandigheden anders uitzien. Middels de witbalans-instelling kunnen we dit echter corrigeren. Zo ook voor noorderlicht.

Doorgaans wordt aangeraden om noorderlicht te fotograferen met een witbalans-instelling 'daglicht'. Dit zal meestal een waarde ergens rond 5500 K betekenen en zal vooral onder zeer donkere omstandigheden een goede noorderlichtfoto opleveren.

Is er veel omgevingslicht of maanlicht aanwezig, dan kan de foto mogelijk te warme kleuren tonen. Enerzijds van de objecten in de omgeving, anderzijds ook van de hemel en het noorderlicht. Het loont dan zeker de moeite om de witbalans eens op een koudere waarde in te stellen, zoals bijvoorbeeld 4500 K.

Ook bij het gebruik van een flitslicht kunt u beter een andere waarde van de witbalans instellen. Doe dit alleen als u weet hoe u vlot van instelling kunt veranderen, want dit verschilt per camera. Als u een instelling selecteert die niet het gewenste resultaat oplevert en u weet vervolgens niet meer hoe u terugkeert naar de standaard-instellingen, dan zult u uiteraard alle volgende foto's met die mindere instelling moeten maken.

Wanneer u de foto's op RAW fotografeert kunt u de witbalans achteraf uiteraard naar believen aanpassen. Dit is dan wel weer een tijdrovende bezigheid, vooral geschikt voor de perfectionisten onder ons.

Foto's met een verschillende witbalans, respectievelijk 5500K (daylight) en 3800K (warm white):

Onderstaand voorbeeld geeft het effect weer van het flitslicht indien er geen gebruik gemaakt wordt van een correctie van de witbalans:

Full frame vs crop frame

Full frame camera's beschikken over een veel grotere beeldsensor dan de gangbare camera's met een zogenaamd crop frame. Deze beeldsensoren zijn duur en dat maakt de camera niet goedkoop. Het zijn echter wel de beste camera's voor noorderlichtfotografie want hoe groter de sensor in de camera hoe minder last van ruis op hoge lichtgevoeligheden. In het algemeen zijn pixels op een grotere sensor ook groter van formaat. Hierdoor kunnen ze meer licht opvangen waardoor het signaal minder hard versterkt moet worden. Deze versterking veroorzaakt de ruis.

Compact camera's zijn sowieso crop frame camera's maar ook de meeste spiegelreflex camera's hebben een kleinere beeldsensor dan de 36x24mm van een full frame.

Lens

Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen een compact camera met vaste lens en een camera met verwisselbare lens, zoals de digitale spiegelreflex camera's. Waarbij meteen gesteld mag worden dat de meeste compact camera's met vaste lenzen toch niet echt geschikt zijn voor noorderlichtfotografie. Doorgaans hebben deze types vanwege hun compact design namelijk een kleinere beeldsensor, waar dus veel minder licht op invalt dan bij de digitale spiegelreflex camera's met een grotere beeldsensor.

Bij het selecteren van een verwisselbare lens zijn twee zaken van belang: de brandpuntsafstand (uitgedrukt in mm) en de (grootste) diafragma-opening (f).

Zoals al eerder gesteld, wordt de maximale diafragma-opening die je kan instellen mede bepaald door de lens. Bij camera's met vaste lenzen is dit niet iets waar u op moet letten aangezien de instellingen van de camera sowieso afgestemd zijn op de eigenschappen van de lens. Maar als u een camera heeft met verwisselbare lenzen is het wel handig om een lens aan te schaffen die een lage diafragma-waarde mogelijk maakt (dus f3.5 of bij voorkeur zelfs lager). Hoe lager de diafragma-waarde, hoe duurder de lens. Een f1.4 lens zal zodoende al snel honderden euro's duurder zijn dan een f2.8 lens.
Let bij het bestellen van een lens ook altijd op de zogenaamde lens mount waarmee de lens aan de camera wordt bevestigd. Afhankelijk van het type toestel waarop de lens zal moeten passen zijn er verschillende soorten bevestigingsmechanismen.

Voor noorderlichtfotografie is het vervolgens aan te raden om een lens te gebruiken met een kleine brandpuntsafstand, waardoor u een groter deel van de omgeving kunt vastleggen.

Wat we hiermee bedoelen ziet u schematisch voorgesteld in de volgende afbeelding:

Met een lens van 10mm zult u dus meer noorderlicht in beeld krijgen dan met een lens van 28mm. Het valt altijd aan te raden om lager dan 28mm te blijven.

Een lens met vaste brandpuntsafstand (bijv. 18mm) geniet overigens de voorkeur tegenover een zoomlens (bijv. 18x55mm) omdat deze doorgaans scherpere beelden bij lagere lichtintensiteit kan vastleggen. Hoe groter het bereik van een lens, hoe minder de beeldkwaliteit vanwege het vele glaswerk dat hierbij nodig is.

Voor noorderlichtfotografie zijn 10 tot 24mm dus prima waardes.
Let er hierbij op dat 24mm voor een full frame niet hetzelfde is als een 24mm voor een crop frame. Met een fullframe zal het gezichtsveld groter zijn dan met een crop frame. Het effect kan schematisch worden duidelijk gemaakt in onderstaand voorbeeld, waarbij 50mm en 70mm gebruikt zijn bij een full frame en crop frame lens.

Wij wensen u een succesvolle noorderlichtjacht! En vergeet niet om uw noorderlichtervaringen en foto's op onze Facebookpagina te delen!